Regels voor Beslissingen

© Een Cursus In Wonderen; Tekstboek; Hoofdstuk 30-I

Beslissingen vinden doorlopend plaats. Je weet niet altijd wanneer jij ze neemt. Maar met een beetje oefening met die welke jij wel herkent, begint zich een reeks af te tekenen die jou door de rest heen helpt. Het is niet verstandig voortdurend bezig te zijn met elke stap die je zet. De juiste reeks, bewust aangewend telkens wanneer je ontwaakt, zal je flink vooruit helpen. En als je bemerkt dat je weerstand sterk en je toewijding zwak is, ben je er nog niet klaar voor. Vecht niet tegen jezelf. Maar denk na over het soort dag dat je wenst, en zeg tegen jezelf dat er een manier is waarop deze dag precies zo verlopen kan. Probeer dan opnieuw de dag te hebben die je wenst.

(1) Het uitgangspunt is het volgende:

Vandaag zal ik uit mezelf geen beslissingen nemen.

Dit betekent dat je ervoor kiest niet de beoordelaar te zijn van wat jou te doen staat. Maar dit moet eveneens betekenen dat je geen oordeel zult vellen over de situaties waarin jou om een reactie wordt gevraagd. Want als je die beoordeelt, heb jij de regels vastgesteld voor de manier waarop jij erop hoort te reageren. En dan kan een ander antwoord alleen maar verwarring, onzekerheid en angst teweegbrengen.

Dit is vooralsnog je voornaamste probleem. Nog steeds neem je eerst een beslissing, en besluit pas daarna om te vragen wat jou te doen staat. En wat je hoort, lost misschien niet het probleem op zoals jij dat eerst zag. Dit leidt tot angst, omdat het in tegenspraak is met wat je waarneemt, en dus voel jij je aangevallen. En daardoor kwaad. Er zijn regels waardoor dit niet gebeuren zal. Maar in het begin, terwijl je nog aan het leren bent hoe je moet horen, is dit wel het geval.

(2) Houd door de dag heen, wanneer je er maar aan denkt, in een stil moment van beschouwing, jezelf opnieuw voor welk soort dag je wenst, de gevoelens die je zou willen hebben, de dingen die je wilt dat jou overkomen en die je zou willen ervaren, en zeg dan:

Als ik uit mezelf geen beslissingen neem, is dit de dag die mij zal worden gegeven.

Deze twee stappen, mits goed geoefend, zullen jou helpen je zonder angst te laten leiden, want er zal niet eerst verzet ontstaan dat vervolgens zelf een probleem wordt.

Maar er zullen nog steeds momenten zijn waarop je al geoordeeld hebt. Nu zal het antwoord een aanval uitlokken, tenzij je snel je denkgeest op orde brengt om een antwoord te willen dat werkt. Wees er maar zeker van dat dit is gebeurd, als je voelt dat je niet genegen bent af te wachten en te vragen dat het antwoord jou gegeven wordt. Dit betekent dat je uit jezelf een beslissing hebt genomen, en niet kunt zien wat de vraag is. Nu heb je snel een ondersteunend middel nodig voor je de vraag opnieuw stelt.

(3) Herinner je nogmaals wat voor dag je wilt, en onderken dat er iets gebeurd is wat daar geen deel van uitmaakt. Besef dan dat je op eigen gelegenheid een vraag gesteld hebt en op eigen voorwaarden een antwoord moet hebben geformuleerd. Zeg dan:

Ik heb geen vraag. Ik ben vergeten wat ik moet beslissen.

Dit heft de voorwaarden op die jij hebt gesteld, en laat toe dat het antwoord jou toont hoe de vraag werkelijk had moeten luiden.

Probeer deze regel, ondanks je verzet, zonder uitstel na te leven. Je bent immers al kwaad geworden. En je angst om op een andere manier antwoord te krijgen dan wat jouw versie van de vraag verlangt, zal aan kracht winnen, tot je gelooft dat de dag die jij wilt er een is waarin je jouw antwoord op jouw vraag krijgt. En je zult dat niet krijgen, want het zou je dag ruïneren door jou te beroven van wat jij werkelijk wilt. Het kan je heel zwaar vallen dit in te zien, wanneer je eenmaal zelf besloten hebt welke regels jou een gelukkige dag beloven. Maar deze beslissing kan nog steeds ongedaan worden gemaakt, door eenvoudige methoden die jij accepteren kunt.

(4) Als je zo ongenegen bent te ontvangen dat je zelfs de vraag niet los kunt laten, kun je beginnen tot andere gedachten te komen met het volgende:

Op zijn minst kan ik besluiten dat ik niet prettig vind wat ik nu voel.

Zoveel is wel duidelijk, en dat effent de weg voor de volgende gemakkelijke stap.

(5) Nu je besloten hebt dat je niet prettig vindt wat je voelt, wat kan er dan gemakkelijker zijn dan als volgt verder te gaan:

En dus hoop ik dat ik ongelijk heb.

Dit werkt het gevoel van verzet tegen, en brengt je in herinnering dat jou geen hulp wordt opgedrongen, maar dat het iets is wat jij wilt en nodig hebt, omdat jij het niet prettig vindt hoe jij je nu voelt. Deze piepkleine opening zal volstaan om je net die paar kleine stappen vooruit te laten zetten die jij nodig hebt om hulp voor jezelf te aanvaarden.

Nu heb je het keerpunt bereikt, want het is in je opgekomen dat je erbij zult winnen als niet gebeurt wat jij hebt beslist. Totdat dit punt bereikt is zul je geloven dat jouw geluk afhangt van je gelijk. Maar zoveel redelijkheid heb je nu wel bereikt: je bent beter af als je ongelijk hebt.

(6) Dit greintje wijsheid zal volstaan om je verder te leiden. Je wordt niet gedwongen, maar hoopt alleen iets te krijgen wat je wenst. En in alle eerlijkheid kun je zeggen:

Ik wil hier op een andere manier naar kijken.

Nu ben je anders over de dag gaan denken en heb je je herinnerd wat jij werkelijk wilt. Het doel is niet langer verduisterd door de waanzinnige overtuiging dat je zo’n dag wilt om gelijk te krijgen terwijl je ongelijk hebt. Zo word je bewust gemaakt van je bereidheid tot vragen, want je kunt niet in conflict zijn wanneer je vraagt om wat je wenst en tevens inziet dat dit het is waarom je vraagt.

(7) Deze laatste stap is niets anders dan de erkenning dat elk verzet om geholpen te worden ontbreekt. Het is de uitdrukking van een open denkgeest, onzeker nog, maar wel bereid dat het volgende hem wordt getoond:

Misschien is er een andere manier om hiernaar te kijken. Wat kan ik verliezen als ik daarnaar vraag?

Nu kun je dus een vraag stellen die zinnig is, en daarom zal het antwoord ook zinnig zijn. En je zult er ook niet tegen vechten, want je ziet dat jij degene bent die hiermee geholpen is.